Nawoord

In het boek Buut Vrij Voor Altijd zijn impliciet drie realiteiten aan de orde gekomen, die tegelijkertijd optreden en Howards handelingswereld, het ‘nu’, uitmaken. Dit zijn anderen, dingen en ruimte. Maar deze drie nemen altijd verschillende gedaantes aan, dragen andere namen. De alledaagse ervaring wordt teniet gedaan in de sterke drang om altijd ‘nu’ te zijn. Nu is niks, terwijl ‘zijn’ alles lijkt. Howard wil liever gewoon zijn in plaats van nu zijn. Hij denkt dat een ‘nu’ slechts dienst kan doen voor ofwel een verleden, ofwel een toekomst. Howard zet de bal voor, en vindt het niet erg om als nu-assistent te boek te staan, maar kan als scheidsrechter nooit zelf aan het spel deelnemen. Dat wil zeggen hij kan die assist niet hebben gegeven. Wie was het dan? Waarheid: er was geen assist, het was een droom. Echtheid: de assist was er wel en niet, want Howard heeft de droom ervaren. Als we dan toch voor waarheid gaan, dan moet Howard nu van een ‘nu’ van de realiteit gaan spreken, die zo waar is dat de assist wel wordt gegeven, en dat we samen een manier vinden om ons van een non-duale, ware werkelijkheid gewaar te worden. Hierover is door de eeuwen heen veel nagedacht, tevergeefs in veel gevallen, waaruit blijkt dat het ware aan de non-dualiteit niet zozeer in woorden maar in herhalingen wordt ervaren.

Van rituelen zou Howard hier niet spreken vanwege de gangbare betekenis van het woord: als bewust herhaalde handeling, zonder bij het waarom van de uitvoering vraagtekens te plaatsen. De herhalingen bij veel Tibetaanse boeddhisten laten vragen naar het waarom wel toe, en wakkeren deze ook aan. Dat deze vragen tot allemaal ellende leiden, maken ze onderdeel van het leven, en aan het leven hebben ze verder niets dan lijden. Toch zien ze zichzelf in hun lijden van afkeer tot inkeer komen, waarbij die inkeer zich in allerlei gedaantes voordoet, maar altijd met een zekere magische waardigheid die het uitzicht op een hogere boodschap ineens minder troebel doet lijken. Om aan deze aard van beschrijven voorbij te raken, wil Howard in dit boek buiten de eerder genoemde drieslag verleden-nu-toekomst een groter, ingewikkelder systeem beschouwen, dat in staat is ervaringen buiten de dualiteit te beschrijven. Of hem dat lukt, wordt aan de lezer overgelaten. Dat systeem zou zichzelf als inkeer moeten beschrijven, om het moment waarop het naar buiten kijkt en hogere doelstellingen ontsluit, samen met de aanschouwer te kunnen peilen.

De realiteit van alledag zal door nieuwe uitvindingen als wireless elektriciteit, auto-magnetische inductie en bewust verkozen technologie-hypnosen snel veranderen, maar niet ingrijpend genoeg om onze basale levenswerkelijkheid te transformeren. Zo’n transformatie is alleen noodzakelijk indien we af willen komen van een door dualiteiten geleide zingevingsafgrond zonder deze in een breder, maatschappelijk kader in te bedden. Dit bredere kader is wat ik wens te schetsen in dit boek. Zo’n kader vormt op zichzelf een realiteit, maar wel een die in het onderwijs en in de politiek, het makkelijkst breed toegepast kan worden. Het boek poogt het zich ontwikkelende zelf aan de zich ontwikkelende samenleving te koppelen, omdat dit zelf het niet langer verdraagt om ‘de’ maatschappij en de wereld voor een ongedefinieerde chaos aan te zien.

De realiteit valt niet in delen uiteen, maar is deze de hele tijd. Realiteit is dus zowel enkelvoud als meervoud: enkelvoud als concept en meervoud als structuur. Realiteit kan niet alleen door leven worden waargenomen. Niet dat Howard realiteit nog steeds kunt zien vanuit de dood, maar naast door mens, dier, plant en ding blijkt realiteit ook zichzelf waar te kunnen nemen. Daarnaast is waarnemen een handeling: door waar te nemen maak iets zichzelf aanwezig. Zo ook een steen die het water van de oceaan op zich voelt drukken. Hij maakt zich aanwezig door terug te drukken. Omdat Howard niet kan zien hoe er een verschil mogelijk is tussen waarnemen en handelen in een steen, hoeft Howard dat voor zichzelf ook niet te doen. Als Howards aandacht ergens is, dan is hij daar, als gevoel. Om de lezer duidelijk te maken dat elke realiteit, ook deze van het lezen, als onderdeel van een systeem kan worden gezien, een systeem dat zich voordoet als men ernaar op zoek zou gaan, laat dit boek geen grafieken zien die achteraf geanalyseerd dienen te worden, maar neigt in plaats daarvan naar een inzicht in het gevoelsleven van alledag.

Tegelijkertijd is de nadruk op deze situationele en gevoelsmatige waarneming te zien in allerlei wetenschappelijke stromingen. Een wetenschap beoefenen is daarbij onvoorstelbaar zonder het ontwikkelen van een gevoel voor de juiste benaderingen, aannamen, methoden. Dat gevoel is waar, of verwordt zo tot waargenomen waarheid. Waarheid is dan niet mogelijk zonder gevoel. Welk gevoel? Donkere gevoelens voelen vaak echter aan maar of echt als waar moet worden gezien, is maar de vraag. Als iemand een film kijkt en zich overgeeft aan de waan van het heldhaftige (afhankelijk van welke film), dat geeft dat uiting aan zijn verlangen om het onechte echter te maken, terwijl het nooit waar wordt.

Daarom zou wat waar is nooit onderdeel van discussie mogen zijn binnen een wetenschappelijke discipline: echtheid (publiceren, presenteren, grants binnenslepen) wint het altijd van waarheid, omdat een aangezette of getransformeerde echtheid vanzelf tot de gewenste controlemogelijkheden leidt. Degene met gezag is hier degene die echtheid vormgeeft. Die gezagscontrole is zeer specifiek en kan zichzelf alleen als onontbeerlijk zien, raakt in zijn toepassingen aan zichzelf verslaafd. De controle is dan alleen met de gezagshebbende, terwijl de oplettende buitenstaander kan zien dat ook overkoepelende vormen van controle mogelijk zijn.

Met controle bedoel ik niet meer dan het kunnen vasthouden en bewegen, omslaan van een krant, zodat je in een staat komt van artikelen lezen. Deze realiteit bewerkstellig je duidelijk middels een geautomatiseerd handelingssysteem waarin jij aan de knoppen zit. Die controle is voor minimaal 5 en maximaal 12,5 procent bewust. Omdat wij alleen in termen van bewust/onbewust denken, zijn we niet in staat te weten wat dit betekent. Die controle is er dus de hele tijd en we weten het wel, maar ook niet omdat ons brein niet gevoelig is voor gradaties van bewustzijn, laat staan voor verruimingen. De laatste belanden nu vaak pardoes midden in een gesprek over drugs waarna je moet onderkennen ‘het’ toch nog niet helemaal te snappen. Gelukkig zijn er nog een paar weken voor de cursus eindigt, anders was je met lege handen naar huis gekeerd. De bewustzijnsvernauwing die optreedt als mensen over bewustzijn praten is te erg om aan voorbij te lopen. Juist de aandacht voor het continu voorbijgaande is weg, juist de aandacht voor mogelijkheden, openheid wordt vervaagd in het gemompel van de laatste wetenschappelijke doorbraken die je nog beter maken.

De alledaagse ervaring wordt teniet gedaan in de sterke drang om altijd ‘nu’ te zijn. ‘Nu’ is niks, terwijl ‘zijn’ alles lijkt. Maar wil je ook niet liever ‘zijn’ in plaats van ‘nu zijn`? Het ‘nu’ als tegenstelling tussen verleden en toekomst, de gangbare tijdsopvatting, staat alleen maar ten dienste aan dit verleden of die toekomst. Hij zet voor, en vindt het niet erg om als assistent te boek te staan, maar kan als scheidsrechter nooit zelf aan het spel deelnemen. Dat wil zeggen hij kan die assist niet hebben gegeven. Wie was het dan? Waarheid: er was geen assist, het was een droom. Echtheid: de assist was er wel en niet, want je hebt de droom ervaren. Als we dan toch voor waarheid gaan, dan moet ik nu van een ‘nu’ van de realiteit gaan spreken, die zo waar is dat de assist wel wordt gegeven, en dat we een manier vinden om ons van een non-duale, ware werkelijkheid gewaar te worden. Hierover is door de eeuwen heen veel nagedacht, tevergeefs in veel gevallen, waaruit blijkt dat het ware aan de non-dualiteit niet zozeer in woorden maar in herhalingen wordt ervaren. Van rituelen zou ik hier niet spreken vanwege de gangbare betekenis van het woord: als bewust herhaalde handeling, zonder bij het waarom van de uitvoering vraagtekens te plaatsen. De herhalingen bij veel Tibetaanse boeddhisten laten vragen naar het waarom wel toe, en wakkeren deze ook aan. Dat deze vragen tot allemaal ellende leiden, maken ze onderdeel van het leven, en aan het leven hebben ze verder niets dan lijden. Toch zien ze zichzelf in hun lijden van afkeer tot inkeer komen, waarbij die inkeer zich in allerlei gedaantes voordoet, maar altijd met een zekere magische waardigheid die het uitzicht op een hogere boodschap ineens minder troebel doet lijken. Om aan deze aard van beschrijven voorbij te raken, wil ik nagaan of er buiten de eerder genoemde drieslag een groter, ingewikkelder systeem bestaat, dat in staat is deze ervaringen buiten de dualiteit te beschrijven. Dat systeem zou zichzelf als inkeer moeten beschrijven, om het moment waarop het naar buiten kijkt en hogere doelstellingen ontsluit, samen met de aanschouwer te kunnen peilen.

Om het systeem zichzelf te kunnen laten schrijven, moet een voorzorgsmaatregel worden genomen: het moet een algemeen geldend systeem zijn waarbinnen ook ikzelf al schrijf op het moment dat het zichzelf beschrijft. De handeling lijkt tweeledig, maar wordt achtvoudig, door niet te kijken naar het feit dat ik dit schrijf, of naar wat ik schrijf, maar naar de achtergrond van dit verhaal, datgene wat tussen de regels door als vierde man rondwaart. De drie dimensies, bestaande uit het idee van deze tekst, de noodzaak tot het gebruik van woorden, en datgene wat geschreven wordt, zijn alle drie niet zo heel belangrijk, want uiterst frivool: natuurlijk ga je niet zitten opletten wie het schrijft of waarom, je wilt gewoon meedoen, meepraten. Daarom is het goed om voor valkuilen te waken, die je te zeer in sferen van persoonlijke aanbidding (zowel unter- als übermensch) en wolkige waantoestanden (fragmentatie) doen belanden.

Je eigen staat van realiteitsaanschouwing als mens kan lastiger zijn geworden door ondoordachtheid in het opvoeden tot burger. Op de middelbare school leren we niet over een maatschappijsysteem, een zelfsysteem, een politiek systeem, een huisdierensysteem, enzovoorts. maar nemen we omwegen en geloven we in toevalligheden, of althans, dat sommige samenkomsten van omstandigheden iets hogers te betekenen hebben. Niet dat we er iets mee moeten, want alles is voorbestemd. Je kunt door dit denken, dat zich aan alle wispelturigheden onderhevig laat zijn, net als bij het voorbeeld over het ontstijgen van non-dualiteit, niet buiten een lamlegging van het brein om, terwijl het brein toch zeer goed getraind kan worden voor zelf-verkozen doeleinden.

Er is hierbij sprake van samsara, niet in de manier van het cirkeltjes-denken, maar in de zin van het onvervulde gevoel dat zegt er-is-iets-wat-ik-moet-doen-en-waarom-of-waaraan -ik-moet-denken-maar-ik-weet-niet-precies-wat. De eenvoudigste oplossing is dan aandacht te hebben voor alles wat zowel goed als fout gaat, dat daar verder geen waardeoordeel over valt te vellen, en dat jouw leven eigenlijk best goed gaat nu je dat inziet. Het is samsara dat de gepredestineerdheid van ons bestaan doet voortleven, zowel in onze geest als in de realiteit buiten ons, die in samsara zowel bestaat als niet bestaat. Met het inzien van dit wezenlijke onderscheid tussen goed en fout, kun je op andere niveaus van inzicht belanden. Daarvoor gebruik ik een achtvoudige indeling van werkelijkheid, die gaandeweg het boek zowel vanuit psychologisch als sociologisch perspectief wordt toegelicht, en welke kan worden meegenomen door wie dan ook, om toegang tot communicatie via technologie in buitenlichamelijke ervaringen mogelijk te maken. Deze hoeven alleen in hun bestaan bevestigd te worden via ervaring, om de communicatieve omgeving (inclusief gedachten) beter waar te kunnen nemen.

Omdat ook dood zijn een handeling (werkwoord) was bij Talcott Parsons, kun je stellen dat Niklas Luhmanns theorie meer ruimte en dus tijd biedt, door juist datgene wat gezien moet worden – de werkelijkheid – uiteen te zetten via symbolically-generated communication media. Daardoor kun je in het leven altijd nog anders dan handelen: waarnemen. Daarmee wordt ook duidelijk dat realiteit betekent een gevoel te leven, alles dus, God. En in de eeuwen voor ons zwermden velen na dit inzicht in een zekere eenheid in Goddelijke nabijheid tot in lengte van dagen in woord en geschrift. Die geschriften worden nog steeds bovenmaats gelezen, omdat ze nu eenmaal die geschriften zijn. In onze ‘echte’, eigen realiteit speelt al dat geen onmiddellijke rol. Of God er nu wel of niet is als eenheid, ik beroep me toch wel op mijn gevoel als ernaar gevraagd wordt. Een compleet naar binnen gekeerde verdedigingstactiek maakt zich meester van de lezer en kijker, die zich in alle hoeken van de eigen woonkamer weet geslingerd: wat speelt wel een rol, hoeveel rollen zijn er? Waarom worden er überhaupt rollen gespeeld? Is realiteit niet iets waarop we moeten vertrouwen en wat we aan God moeten toevertrouwen?

Zo’n discussie zou allereerst het gros van de lezers voor een alternatieve werkelijkheidsvoorstelling moeten interesseren, door helemaal open te zijn over de realiteit zoals die zich aan hem opdringt, en telkens opnieuw stof doet opwaaien. Toegegeven, soms lijkt God nog steeds net iets dichterbij dan de alledaagse gevoelsrealiteit. Daartoe heeft hij dan ook het Goddelijk vermogen. Maar dit boek kan helemaal niet gaan over wegen die God gaat voordat ik herken of erken dat een realiteit zich aandient; veel relevanter is het om de goddelijke ervaring in te bedden in een hoger doel, dat in zulke ervaringen ruimschoots voorziet, maar daarnaast de goddelijkheid van het globale economische systeem voor ogen houdt. Juist de mensen die zich in de circuits begeven waarin dit systeem voorziet, lijken voor God weinig aandacht nodig te hebben. Inderdaad gaat de functionaliteit van het voelen van God verloren als je volgens de regels van dit systeem speelt. Of is er eigenlijk zo’n systeem? Het antwoord van dit boek luidt simpelweg dat het merkwaardig moeilijk is, om te begrijpen hoe het komt dat mensen in systematische, functionele omgevingen zijn gaan wonen en werken. Howard neigt er vooralsnog toe de mechanisatie van de tijd en de jaartelling in de gaten te houden, die zo’n 6 duizend jaar geleden in werking trad, maar pas sinds het einde van de middeleeuwen, met de industriële revolutie, gemeengoed gemaakt werd. Zo’n onderlegging van realiteit aan tijd in plaats van God, biedt mogelijkheden om het schrijvend brein uit te dagen de vierde dimensie te ontdekken. Duidelijk is wel dat de vierde dimensie op een heel specifieke manier wordt waargenomen. Dit boek benadert vooral de concepten telepathie, synchroniciteit, en familielijnen, maar het is duidelijk dat dit ook andere vormen van waarnemen kunnen zijn. In zijn eigen tocht naar inzichtelijke waarneming, heeft hij gebruik gemaakt van een tweedeling van de vier dimensies in acht, om dingen ‘af te kunnen vangen’ mochten ze hem dreigen te ontglippen, maar ook om in natuurlijk optredende structuren te kunnen blijven opereren. Uiteindelijk moeten die structuren niet oplossen in een groter geheel, het zijn krukken waarvan je je moet ontdoen. Anders dus, dan met moderne technologie, waarbij het samensmelten onontbeerlijk wordt. Uiteindelijk zijn wij bouwers die op steigers staan. De steigers vallen pas weg als wij dat zo bepalen. En als ze niet hoog genoeg reiken, dan moeten we iets anders vinden. Juist en alleen in het op bekende bodem terugvallen, in de herhaling en in het telkens opstaan om het volledig anders te proberen, of zelfs om iets volledig anders besluiten te doen, schuilt ware potentie, waarlijk menszijn, waarlijk waarnemen, God. Die opening tot echte vernieuwing dreigt door technologie weg te vallen.

Als je nu met een parachute een berg afspringt, en je zorgt dat je een gevleugeld pak draagt, dan suis je al vliegend en bochten nemend langs de bergketens naar beneden, zo snel dat dit een nieuwe ervaring van de derde dimensie (op-neer) zou kunnen betekenen. Dat kan ik me wel voorstellen, en met moderne technologie conceptueel nabootsen, maar een vierde dimensie beleven die mij ineens alles doet overzien, dat gaat voor het moment te ver. Een goede beschrijving van die ervaring zou immers ook niet gewijd zijn aan een ‘ineens-viel-het-kwartje’ gevoel. Daarom is dit boek ook niet meer dan de weergave van een hulpmiddel voor het bereiken van een groter en dieper bewustzijn, dat slechts nu en dan tot resultaten heeft geleid, en daarbij tot praktische, zoals het aanvoelen van waar andere personen zich bevinden, wat ze denken, en hoe iemands voorouders leefden. Dit waargenomen en nu verspreide systeem van denken kan er ook toe dienen, simpelweg overzicht in de chaos te scheppen.

Dit is een systeem dat voor realiteit model staat en informatief en verdienstelijk wil zijn ten bate van het algemeen welzijn en het ingewijde respect voor de huidige informatiemens. De reden dat deze bredere, alziende blik echt lijkt, is zijn diepere connotatieve inbedding in een systeem van betekenisverlening. Dit systeem is alomtegenwoordig en door succesvolle instanties veelvuldig gebruikt. Voor startende ondernemingen is dit een must-know tool. Alleen gebruikers houden zich onnoemelijk veel bezig met de toepassing in plaats van het begrip van deze tool. Veel beter lijkt het nog, dit systeem te herkennen en in te nemen, maar er linksom of rechtsom ook weer afstand van te nemen door meer op het innerlijk wezen te focussen.

Licentie

Howard Buut Zijn Volk Vrij Copyright © 2020 by Peter Blank. Alle Rechten Voorbehouden.

Deel dit Boek

Feedback/Errata

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.