Geen Dode Dingen De Baas

Howard de Gezondheidsgoeroe

Het onbewuste liet zich niet kennen, maar omgekeerd kende het Howard evenmin. Als Howard zich van iets ineens bewust werd, kon hij niet zeggen dat hij wist wat hij niet wist. Of dat het bewuste ‘hem’ wist. Wat hij niet kon weten, moest hij alleen laten. Wat een verschil was, behalve een onderscheid dat Howard tussen twee objecten maakte, kon hij niet weten. Het onderscheid fungeerde slechts als medium tussen twee objecten in, maar wat hij waarnam was ofwel het ene object, ofwel het andere object, ofwel het verschil zelf, dat zich op zijn beurt van andere verschillen onderscheidde. Als hij met een verschil tussen twee dingen werkte, hield hij zich bezig met deze twee dingen en niet met het verschil, of alleen met het verschil en niet met de twee dingen. Het verschil was het medium dat op de achtergrond trad zodra hij overging tot nadenken over de twee objecten die van elkaar verschilden.

En dat ging tot vervelens aan toe nog wel even door. Howard-gedachten maalden verder. Het verschil tussen onbewust en bewust was dan dat Howard het ene kende en het andere niet. Het medium daartussen, dat het mogelijk maakte, kon hij niet zien op het moment dat hij het niet kon kennen.

Hij wou dat hij het kon stoppen. Op het moment dat Howard een verschil ziet, ziet hij twee objecten en niet het medium daartussen. De werking van het daartussen is noodgedwongen onbewust, want zodra Howard deze kent, is deze aanwezig en wordt deze een nieuw verschil, namelijk ten opzichte van een ander medium daartussen.

Stop! maande zijn brein. Het zat lelijk klem in een soort koepel waar het vergeefs uit had proberen te groeien. Verschillen zelf kon Howard niet waarnemen en bestonden derhalve voor hem ook niet. Noch voor zijn brein. Brein was een tweegesprek begonnen dat een staatsgrens tussen Howard en zichzelf voorstelde. De staatsgrens zelf was een niemendal: aan wie behoorde het toe? Toch zeker niet aan Howard? Aan zijn brein of aan hét brein? Bestond de grens überhaupt, of bestonden alleen de beide landen? Deed één van beide stiekem aan landjepik? Als het verschil niet bestond, dan klopte er iets niet in Howards taal. Hij had een begrip als “het verschil” nodig om erop te wijzen dat dingen anders waren, maar eigenlijk was dit onbegonnen werk en vormde het een oneigenlijk begrip: de dingen waren en bleven ongescheiden, één, voor zijn gezondheid.

Howard droomde van een baan als schoonmaker en gelovige in een kerk in de buurt van zijn geboorteplaats in Nerderland. Elk weekend bezocht hij een andere kerk in een nabijgelegen dorp, waarvoor hij een volle trein nam, waar hij zangles kreeg en voor de mensen kon zitten. De tweede en derde keer kwam hij te laat en de dienst stond op het punt te beginnen toen hij binnenkwam. Een voorganger of hoofdrolspeler vroeg hem of hij geen journalistieke baan wilde en of hij wist wat ‘stranden’ betekende en hij zei ‘nee’. Toen hij keek naar de tweede en derde man die aan het gesprek deelnamen, dacht hij dat het niet de bedoeling was om te verdwalen in de informatie, maar om het nogetje aan informatie te vinden dat tot nu toe niet in de informatie was opgenomen en een opening naar een artikel zou kunnen vormen, en dat dit voor de krantenkoppen zou kunnen staan. Hij zei het en het was juist. Toen hadden ze op een dag een gigantisch vogelei als middageten. Als je het opende, zat er een vogel in. De vogel sprak met lage stem tegen Howard. Hij leek een beetje boos. Iedereen om Howard heen vroeg zich af hoe je deze maaltijd moest eten en of de vogel moest worden gedood, maar één man had het bedacht en liet iedereen zien hoe je de vogel doormidden moest snijden, beginnend bij de top van zijn kop. Howard at slechts een deel van het eiwit. De vogel was wijzer dan wie dan ook om hem heen. Hij was in de kerktuin na het schrobben van het toilet en er was ook een vrouw en een jongere man. Ze hing de was op en hij herinnerde zich dat hij zich goed maar leeg voelde.

Toen hij wakker werd realiseerde hij zich dat het ergste wat in zijn leven kon gebeuren het gewoon maar met een leeg gevoel rondrennen was, het proberen de leegte te accepteren als horend bij het leven, als deel uitmakend van een vol-ledig bestaan. Omdat zijn kat Samuela hem gisterenmiddag had verlaten, door haar leven te laten, nam Howard aan dat het vogelgedoe haar laatste boodschap was of het gevolg was van het feit dat hun relatie was verbroken. Samuels was ook altijd een beetje boos geweest. En meer dan wijs. Howard kon het zien aan haar kalme houding. Ook als kitten was ze niet zo geestverdovend speels als andere kittens. Ze was gereserveerd, slim en een echte jager. Telkens als Howard haar op het tuinraam zette, wat zij niet leuk vond, maakte ze er eerst gebruik van door alleen maar te zitten en te kijken, dan vond ze een gave weg naar beneden via een aanpalende boom. Altijd rustig.

Howard had veel van haar geleerd, en hij dacht bij zichzelf, als ik ga wil ik herinnerd worden zoals ik me Samuela herinner. Ik heb nog steeds geen antwoord gevonden op de grootte of de duur van het universum en de manieren die mensen worden aangeboden met dit leven om te gaan, komen niet in de buurt van het bieden van troost. Hij voelde zijn hersenen verslechteren en het leven leek niet tot veel anders dan teruggang in staat.

Op zijn dagelijks werk op scholen in Chicane zat Howard vaak uit te pluizen wat andere docenten hadden bedacht voor en met hun leerlingen, ging de leerdoelen na en probeerde zo een indruk te krijgen van hoe docent en leerlingen dachten en samenwerkten. Meestal was er te weinig tijd om tijdens de les te schrijven dus moest hij andere technieken aanwenden om niet met zichzelf geconfronteerd te worden, en gewoon kon blijven spelen. Als docent dag in dag uit op dezelfde school was dat makkelijker omdat hij zichzelf niet hoefde voor te stellen, mensen hem niet voor de eerste keer zagen. Een paar dagen of een week, soms een maand of twee, had hij de kans met leerlingen te werken en van ze te leren. Daarna wachtten weer andere scholen.

Howard zat op een hogere middelbare school in een leeg lokaal; hij had het eerste uur vrij. Daarna zou hij Film Studies verzorgen. Leerlingen lazen Oscar Wilde’s The Picture of Dorian Gray en leren voor de quiz. Op het eerste oog toch geen vervelend boek. Howard kende het verhaal. Zoals gebruikelijk skipte hij de verhaallijnen en las alleen de tussenliggende, diepgaande analyses over de ziel. Altijd al had hij schrijvers de voorkeur gegeven die alleen maar dat soort diepgang hadden, en welke de mooie verhaaltjes, ongeacht hoe subtiel of hoogstaand, achterwege lieten.

Grays probleem is dat hij een fikse prijs betaalt voor het kiezen voor de eeuwige jeugd. Als gevolg van zijn keuze ziet hij de laaghangende maan als doodskop aan de hemel, zijn ziel kan zijn zinnen niet vermurwen, en vice versa evenmin. Het dreunt in de dunne wanden van zijn status quo, zijn fundamentele zelf voelt de lauwe gloed van achter zich gelaten daden, meningen en concepties. Ze zijn terug, en weerhouden zijn ziel ervan zelf schoonheid te ervaren. Dat had hij moeten zien aankomen. In zijn wanhoop tracht hij het leven als verleden te verminken. Maar dat leven is hij zelf.

Grays zielengedraal deed Howard denken aan de woorden van Johann Gottfried Herder, die misschien wel zijn bet-bet-betovergrootvader was, maar waarschijnlijk niet. Toch geloofde hij dat het zo was, ook door de onweerstaanbare bet-overing die daarvan uitging. In zijn herinnering vroeg Herder zich af hoe het voor de ziel zal zijn uit deze wereld uit te treden. Het samengeperste, vaste en beperkte middelpunt zal verdwenen zijn. Hij waart wat rond in de lucht of zwemt in de oceanen van een verdwijnende wereld. Wat een nieuwe trant van denken dat moet zijn! Maar zij kost ook tranen, rouw, achterlating en zelf-verdomming. Zelfs met zijn deugdzaamheid kon Herder zich niet tevreden geven; het was waanzin, een uiting van taal, waarmee alles en iedereen opgroeit en goed moet vinden. Waarom we via taal in de richting van vage ideeën en realiteiten geduwd worden; konden we maar zo ver komen, dat we al het geleerde in onszelf konden vernietigen en zelf uitvinden wat we dachten, leerden en geloofden.

Did you dye your hair? vroeg een meisje aan haar vriendin. Ze had een zwart petje op over een lichtgroene doek. Het andere meisje knikte van ja. Howard vroeg zich af hoe ze die groene doek eigenlijk noemde. “What do you call that green thing under your hat?” – vroeg hij het meisje. “Do-rag”, zei ze. Hij zocht het snel op. Blijkbaar kon je het zowel met ‘u’ aan elkaar schrijven, als met ‘o’ en verbindingsstreepje. Dat wisten de meisjes ook niet. Het waren ook wel de meest geweldige leerlingen die je hier tegen kwam. Er zat zoveel talent in allerlei opzichten die hij niet kon waarnemen, dacht Howard, en voelde zich ineens weer ontzettend één. De wil hen te helpen kwam dan automatisch, ook al kon hij dat niet.

Sinds de TEDtalk How to escape education’s Death Valley door Sir Ken Robinson wist Howard immers dat kinderen van nature verschillend zijn. Of ze dat met 16-18 jaar nog steeds zijn was natuurlijk maar de vraag. Dan kon je echter nog steeds lafjes wat barstjes in de uniforme behuizing trappen. Howard zelf was met 16 jaar al behoorlijk de uniformiteit der universiteiten ingeluisd, maar daar ook weer hard uitgestuiterd toen hij inzag dat het alle opleidingen om gewoon spelen ging, alleen niet op zijn eigen, unieke manier.

Toen hij eenmaal zijn draai had gevonden en opleiding na opleiding begon af te ronden, papiertje na papiertje ophaalde, bleek steeds duidelijker dat het spelen van zijn eigen spel niet werd aanbevolen door scholen, maar wel de betere optie was voor de persoonlijke ontwikkeling. In het gareel moest hij nadenken over welke baan, welk huis, welk eten hij wilde, en naarmate hij ouder werd, welk zelf hij nog wilde zijn. Uit de bocht vliegend raakten al die vragen ondergeschikt aan het opgaan in het spelen. Volwassen zijn ging dan minder om de schaapjes op het droge, en meer om het omdenken van alle ongetwijfeld goedbedoelde volkswijsheidjes tot iets wat niet alleen op de leegte van het pure en morbide overleven zinspeelde. Goed leven of spelen was beseffen hoe verleden en toekomst bijeenkwamen in het spel. Maar van goed spelen had Howard een te hoge pet op. Überhaupt te spelen was al moeilijk genoeg.

Het beste was om alle persoonlijke uitingen volledig te negeren en alleen op schoolprestaties te letten. Een intellectueel turend oog de klas door te laten gaan, daarbij op de zuiverheid van het eigen gedachtengoed te letten, zich niet voor het oneindige vertroebeling in het doceerspel te interesseren, zich voor afleiding niet af te schermen, alles te observeren, maar geen millimeter af te wijken van de op eigen initiatief uitgezonden ideeënwereld, complex genoeg om onder één noemer te scharen: betonblok. Zo zwaar woog zijn straling op de kinderen dat ze niet langer om de hen omringende, dichte gruiswolk heen konden. In werkelijkheid had zoiets natuurlijk geen enkele invloed, ging dwars door hen heen, en de gruiswolk, zo die bestond, zoog zichzelf op in een zwaartepunt van onschatbare lichtzinnigheid.

Veel leerlingen leerden die dag, maar slechts enkelen over het lot van Dorian Gray of Sibyl Vane, noch over hoe het hogere principe, God, schuil gaande in het lijfelijk zijn van leven, kortweg life, via de ziel de zintuigen kan betoveren met waanbeelden waarin de verloren gewaande, vergeefs begraven waarheid Dorian noodlottig wordt. Niet dat dat erg was. Zijn ogen door de ruimte, nooit te lang bij een leerling blijven hangen, zeker geen vrouwelijke. De paars-groene pyjamabroek met crocs eronder van een leerlinge vooraan, zat met haar buurvrouw op social media, één telefoon delend. Waarom ze zo haar bed uitstapte, haar grijze gebreide trui aantrok en naar school liep, waarschijnlijk minder dan een blok lopend, was hem niet duidelijk. Opeens zag hij dat wel 4 of 5 leerlingen in hun pyjama naar school waren gekomen. School is om te chillen? Maar als je chillt dan speel je, dus goed.

Toch was Howard benieuwd of hij niet opnieuw verliefd was geworden in de laatste paar weken, op Sibyl Vane. Dorian Gray leek hem iets onduidelijks in handen te geven, passie, gekte van liefde voor wat mooi is, wat de plaats van geestesziek innam. Waar Howard steeds dezelfde walgelijke zonden, steeds opnieuw zou begaan, en met steeds meer plezier. “Was the soul a shadow seated in the house of sin? Or was the body really in the soul, as Giordano Bruno thought?” las Howard. Nieuwsgierig nam hij nog enkele pagina’s tot zich, nieuwsgierig sloeg hij telkens weer een bladzijde om. Tot de bel ging dat einde lesdag betekende.

Lang had hij zich tevreden gevoeld als de dag om was, met het idee leerlingen weer te hebben bijgestaan. Maar sinds kort bekroop hem het gevoel dat hij eerder opgelucht dan tevreden was, dat de dag voorbij was. Hij dacht iets verder na. Was het niet altijd zo geweest dat hij tegen schooldagen, werkdagen, afspraken had opgekeken en zijn tevredenheid tegen het eind van de middag was ingezet en hem gedurende de avond had begeleid? Had hij zich altijd een ‘avondmens’ gevoeld omdat ochtenden en middagen in de regel voor school en werk was weggelegd? Wat men het echte leven noemde, was al te vaak maatschappij. Wat men niet-leven of luieren, slapen, dromen, dood-zijn noemde, was vrij zijn. Het werd hem steeds duidelijker in wat voor gareel hij tijdens zijn jeugd en nog steeds hij werd gehouden.

Die avond stapte een jonge dame in zijn Uber op wie hij zowel had gehoopt als voor had gevreesd. Haar zinderende uitstraling maakte van haar Sibyl Vane, ook al heette ze Lena. Ze was niet open, geen van haar gedraging viel buiten de verwachting van rituelen, en toch, zonder dat ze het van elkaar merken konden, bespeurde Howard bij beiden direct een innige band waar niets dan vertrouwen vanuit ging.

Velen konden dat niet beseffen. Een vrouw aan het begin van de avond bracht haar onzekerheid tot uiting dat de auto niet de juiste nummerplaat droeg. Ja, zei Howard, maar ik switch altijd van auto en soms vergeet ik dat in de app om te zetten. Oh, zei ze, en stapte toen maar in, geen zin om langer te wachten of gedoe uit te lokken. Maar ook dit was een heel vriendelijke vrouw, simpelweg onzeker gemaakt door de verhalen die de 0 procent meemaakt, en die we allemaal moeten geloven.

Wij zijn de 100 procent, dacht Howard.

De verbrozing van het sociaal fundament door media-aandacht die alleen nog door geilheid en geweldzucht wordt gestuurd. Maar links of rechts in de politiek had echt alleen met vertrouwen te maken, wist Howard, vertrouwen in de medestander om er samen met de meute wat van te maken, of vertrouwen dat dreigt te verdwijnen, en dat moest worden beschermd. Natuurlijk moest hij niet op de eerste variant gokken. Maar het zou te ver gaan om absoluut nooit een revolutie te ontketenen. Dat kon namelijk niet. Net zo min als hij een droom kon laten gebeuren. In het spel ging hij alleen links of rechtsom op gevoel. Zijn signature move kwam vanuit zijn voorkeurspositie rechtshalf via sleepbeweging naar de zijlijn te gaan, verdediger half in zijn rug, opeens de boel open te gooien door de bal recht op de tegenstander af te spelen, om dan met rechts als standbeen á la Zlatan een opening naar links te forceren, onverwacht met buitenkant links over te pakken, de tegenstander op het verkeerde been te zetten, en al dribbelend de opening voor de perfect-op-maat, splijtende pass naar één van de oprukkende spitsen te vinden. Of hij kon terugspelen, solide, balbezit, lafjes, Frenkie-achtig controlerend.

Die nacht droomde hij een groot verhaal over een trein waar hij, zijn vriendin en zijn vader in zaten. Ze moesten een opdracht uitvoeren en stonden onder druk. Howard heeft een zuur gevoel in de maag. Ze zijn ergens aangekomen en de man die de snode opdracht had bedacht, die hen in zijn macht heeft werkelijk, stuurt ze een halte terug. Daar moeten ze uitstappen. Als ze er zijn, weet Howard niet of zijn vriendin ook is uitgestapt omdat hij haar niet op het perron ziet. Dan stapt hij weer in en de trein rijdt weer terug naar waar ze vandaan zijn gekomen, waarna hij ziet dat ze wel is uitgestapt. Gelukkig kan hij aangekomen weer in drie minuten terugkomen bij het station. Hier eindigt de droom. De trein is oranje en de hal waar hij doorheen rijdt rood.

Het moeilijkste aan het ouder worden was voor Howard dat veel mensen hadden geprobeerd de wereld veel kleurrijker voor te doen dan zij was. Zelf geloofden ze er ook niets van maar dat merkte hij altijd alleen als het te laat was, als de trein voorgoed was vertrokken, als hun brein vastgeroest zat. De waarheid, de grijze aard van de werkelijkheid, was, onnodig te zeggen, het niet waard om in te geloven maar was in zeer ware zin gewoon meer waar in zijn ervaring. En ook mooier naarmate hij jonger werd. Weer te leven zoals in zijn jeugd was voor zijn generatie dan ook het mooiste aan het ouder worden geworden.

Maar aangezien dat alles was wat hij had, was het maken van dit verschil tussen grijs en bont in de eerste plaats overbodig. Hij had de natuurlijke neiging om uit die soms langdurige perioden van alles-is-bedreiging te ontsnappen Hij leerde zich aan om aan dat idee vast te houden en langzaam de fijnere schakeringen in het grijs te zien. Toch was ook hij gebonden aan de commando’s van de entertainmentindustrie. Die gebood bijvoorbeeld dat je altijd je signature move zou kunnen blijven doen, maar dat kon natuurlijk niet. Dat je die ook bij FIFA 20 kon uitvoeren was surrogaat, weggelegd voor een generatie die in theorie leefde, die op het veld kopieerde wat ze op het scherm hadden gezien, in plaats van andersom.

De grijsheid was voor Howard direct verbonden met het gevoel dat hij zich niet op zijn plaats voelde in een cultuur die geen stem meer had in het argument van verstrooiing, dat geen baanbrekende, nieuwe kritische theorieën meer had over het hersenspoelen met entertainment en ondiepe feel-good rituelen, die daarmee alle christelijke feestdagen om zeep hielp en Thanksgiving en Kerstmis tot de meest afzichtelijke tijd omtoverde, omdat ze je, als jong kind, in het merkwaardige of ‘speciale’ gevoel lokte. Je voelde je bijzonder vanwege de vakantie en iedereen wilde zich hetzelfde voelen, maar de ouderen hebben allemaal het grijs gezien en waren daarom van nature niet in staat om zich hetzelfde te voelen. Grijsschakeringen laten een diepere indruk  achter op Howards ziel dan wisselingen in kleur.

Alles draaide om het gevoel dat hij productief genoeg was. Dit waren woorden die Howards vrouw – voor hun scheiden – simpelweg niet meer van hem kon horen. Ze wilde niet de gedachten horen die ze zelf had voordat ze elke dag aan de drugs zat. Hij had niet eens opgezocht wat het voor een baby betekende als de moeder elke dag aan de drugs zat. Zoveel zaken waar hij destijds moeite mee had gehad, relateerden aan de grijsheid waar 80 procent van de A-meer-ik-anen zo ‘gelukkig’ van proberen weg te lopen, omdat ze in hun jeugd zo ‘wijs’ waren gemaakt. Maar wie naar geluk streefde zou langdurig ongelukkig zijn, wie naar innerlijk groeien streefde, iets minder langdurig. Veel belangrijker was in te zien dat wie streefde naar innerlijke groei ook schakeringen zou waarnemen, niet slechts kleur versus zwart-wit. Niet slechts die kleur of die kleur, kleur of geen kleur, zwart of wit.

Can I ask you something? vroeg een 14-jarige leerling aan hem.
Yes, of course, antwoordde Howard.
What skin color are you?

I mean what ethnicity are you?
Hij gebruikte nog net geen ‘race’. Strijd om wat ook.
Caucasian white, zei Howard.
OK, because I thought you look Asian, zei de leerling.
Caucasian refers to a region in Asia, zei Howard weer.

De waarheid was dat hij getrouwd was geweest met iemand die hij in veel opzichten niet had begrepen, dat al jaren niet kon, omdat ze zoals alle A-meer-ik-anen in het rassismebad was ondergedompeld. Hij had er nooit echt alle onzin van kunnen doorzien en had nooit de moeite genomen een duidelijke beslissing links- of rechtsom te maken, maar nu was het toch wel erg duidelijk geworden dat hij het rassenspelletje nooit zou kunnen spelen. Maar ja, kon hij nu nog naar zijn volgende bestemming in het leven afreizen – Joopuin of Sing-a-poer. Of terug naar Beerlien. Was die trein niet vertrokken? Zat hij niet muurvast?

Het gevoel van totale machteloosheid. Had hij jaren van inspirerende training in wetenschap en onderzoek verspild, geen enkel toonaangevend werk kunnen verrichten, was hij de meeste tijd moe geweest, had hij een hernia opgelopen? En was dat allemaal omdat hij zo hoog had gevlogen, maar zich telkens weer op de bodem had aangetroffen? Daardoor wist hij – zoals iedereen uiteindelijk zou weten – dat voordat hij iets overwoog te doen, hij zijn eigen dood dringend in de ogen moest kijken – of anders zou niets ooit blijvend van betekenis zijn. Fatalisme.

Hij stond op en wilde koffie zetten. Sterke. Misschien zou iemand langskomen om sterke koffie met hem te drinken. Hij haalde de koffiekan uit het koffiezetapparaat en stootte er per ongeluk mee tegen de kraan. De scherven lagen overal. Zijn hand bloedde hevig. Snel pakte hij een verband uit de voorraadkast en belde 112. Weer verkeerd verbonden, was hij nog steeds in A-meer-ik-a? Het bloeden was gelukkig al gestopt toen hij alle scherven had opgeruimd. De koffie moest hij maar op de hoek halen.

One coffee, please, zei hij, ervan uitgaand dat hij in Chicane was.
Room for cream? zei de dame achter de toonbank.
Just black. Hij was in Chicane. Gelukkig.

Het was goed weer buiten. Het regende hard en de wind was ijzig koud. Wat een slecht weer, zeg! Moest hem weer treffen. Hij pakte een fiets maar ontdekte dat hij op slot stond. Hij had zijn koevoet vergeten dus naar die fiets kon hij fluiten. De buschauffeur floot toevallig net naar hem. Of hij nog wilde instappen. Hij was aardig dus kon hij op de achterbank zitten zonder te betalen. Hij wist niet waar hij heen ging. Misschien terug naar huis? Zijn huis was verderop, hij herkende de omgeving. Geen reden om zich zorgen te maken. In de bus valt Howard in slaap.

Op vakantie in Beerlien ligt Howard naast een hond die een paar keer in de buik is gestoken om één nier te laten verwijderen. De hond bloedt dood, hoewel Howard geen bloed ziet en het lijkt erop dat het allemaal oké is, zelfs voor de hond, die rustig en verstandig ligt terwijl Howard zijn kop aait. Ook Esteviona, zijn Russische vriendin uit Ballingos, is bij hem en Howard denkt dat zij eigenlijk is gestoken in plaats van de hond. Ze zegt dat ze een ambulance nodig heeft en Howard belt 112. Hij vraagt kortweg om een ambulance naar het adres in Beerlien, dat hij uit zijn hoofd kent. Dan gaat hij uit omdat hij moet vluchten, want hij gelooft nu dat hij Esteviona zou kunnen hebben neergestoken en hij zich moet verbergen. Later in de droom wikkelt hij terug en ziet dat zijn geest de hond heeft verward met Esteviona, wat al dan niet een teken van helderheid kon zijn.

Plotseling is Howard doelloos terug in zijn geboortedorp Von Holten Vorstenburg en als hij terug wil naar Beerlien, ontdekt hij dat dat niet kan omdat hij de weg ernaartoe niet kan vinden. Blijkbaar is hij staat om te schakelen tussen verschillende realiteiten in de droom. Dan komen zijn zus Karilina en Esteviona in Von Holten aan en haalt hij hen op de fiets op. Hij fietst met Esteviona naar Vorstenburg en is blij dat ze ongedeerd is. Ze had gewoon hoofdpijn en hij leed onder waanbeelden. Daar aangekomen is Karilina er, met Hondsypocky, die hem vertelt dat hij ook het bed naast Esteviona nat heeft gemaakt. Moest hij ergens zijn vroeg in de ochtend?

De bus was een uur later vanzelf weer voor zijn huis gestopt en de chauffeur maakte hem wakker. Thuis zette hij zich zuchtend weer achter zijn laptop. Bij het schrijven had hij moeite ook maar iets uit het eigen geheugen op het scherm te krijgen. Sinds de mensheid zich compleet afhankelijk van altijd beschikbare opslagapparaten had gemaakt was de herhaling pas goed ingetreden. Het scheen Howard alsof hij zonder zijn internet alleen nog aan de onverbiddelijke herhaling was overgeleverd. Herinneringen en ideeën kwamen wel voorbij, maar net als bij Alzheimer’s gingen ze altijd gepaard met de sensatie van verdwijning in een diep gat of achter een donker scherm geplaatst worden. Over bleven slechts herhalingen. Door de angst gek te worden of af te takelen, waren het niet de meest speelse herhalingen. Toch was gek worden misschien zo gek nog niet, dacht Howard. Maar het was te makkelijk en te moeilijk tegelijkertijd.

Op zijn werk als host hadden zijn collega’s een foto van Ray Liotta ingelijst. Humor blijkbaar. Voor Howard was het duidelijk dat één van hen, Jay, er over drie jaar precies als Ray uit zou zien. Het was ook niet een van de beste Liotta-foto’s. Howard zocht hem op om te zien of hij was overleden. Op imdb stond dat hij een goede acteur was voor psychopathische rollen. Hij keek vanuit de toren uit over het uitgestrekte meer en de kustweg erlangs. Hij vroeg Moronga de linkshandige of ze dacht dat hij psychotisch was. Ze dacht even na en keek hem veelbetekenend in de ogen. Toen zei ze dat ze hem zag, zittend op een barstoel met een gitaar in de hand. Ze zei dat hij evenwichtslijnen in zijn gezicht had. Ze was twee maanden zwanger.

Er stonden twee Californische dames in de lift. Hij vroeg hun uit beleefdheid waar in California. Hij wist dat het antwoord Orange County was, maar zei niets. Toen ze Orange County zeiden, vertelde hij hun over Dat, een vriend die hij een jaar of vijftien jaar geleden in Amsterdoem ontving. Maar ze kenden Dat niet en ook niet iemand met die naam. Ze gebruikten dat woord alleen als slang, voor ‘dat’. Maar dat betekent dat in het Nerderlands. Ze zeiden dat ze vandaag iets nieuws geleerd hadden. De sketch met Van Kooten en De Bie in Wat? Dat. Wat, dat? Dat, Wat trok geen volle zalen, maar de Zweedse chef van de Muppetshow wel.

Even later stond hij bij de lift beneden. Tussen het inladen van mensen door las hij filosofische stukken op zijn Kindle. Het bracht hem in een vreemd soort stemming waardoor hij de realiteit weer schrijvend benaderde, vanonder de motorkap: de perfecte realisatie in zijn leven was niet alleen een voorbeeld van wat in abstractie tijdloos was. Het deed meer: het implanteerde tijdloosheid in wat in essentie voorbij gaat. Het perfecte moment werd in de loop der tijd minder vervaagd. Tijd had op zo’n moment, als hij Alfred North Whitehead in Proces en Realiteit op zijn woord mocht geloven, haar karakter van eeuwig vergaan verloren; het verwerd tot ‘bewegend beeld der eeuwigheid’.

Hij was nog steeds geïnspireerd getuige van de ideeënrijke geest van Whitehead, maar er ook van doordrongen dat hij digitaal verslaafd was aan de machinale input die het besef van het kille mijmeren uitweek. Zonder deze input geen leven dat met de geschiedenis van de mensheid in verband stond, dat op deze geschiedenis voortborduurt en zich ermee vereenzelvigt, dacht Howard. Zonder deze input de langzame maar zekere uitschakeling van het naakte geïnspireerd zijn, van een zinvolle ideeënwereld. Zonder deze input alleen nog stagnatie gevolgd door geruststelling. Rustig maar, het komt wel goed.

Met Herder kon Howard het tij keren, wist hij. Hoewel Howard Herder pas recentelijk had ontdekt, gingen voor hem de ogen open voor de mogelijkheid een zeer bepaalde, afgebakende afgrond in te durven staren. Zich altijd bewust gebleven van de natuurwet dat herhalingen vaker optreden naarmate ze vaker herhaald worden, had Howard een sleutel in handen die de angst om helemaal niets meer te weten deed overwinnen: Howard wist dat de angst aanwakkerende, wilde sensatie van het grote Verdwijnen van kennis in de geest cultureel was bepaald. Howard had geen behoefte aan die sensatie, aan de angst die nu eenmaal heel normaal en menselijk was. Dat was het helemaal niet. Er was niets mis met de hak op de tak, het Verdwijnen was een naar soort spel dat de mensheid met zichzelf speelde en maar moeilijk weer vanaf kwam.

Howard zou intimiteit en vertrouwen aanboren en verspreiden voordat een nieuw naar spel het stokje zou overnemen. Zo ontstond ruimte om Howard als mensheid te laten ervaren wat in deze tijd aan wereldgeschiedenis moest worden ervaren. Iets wat daarop zinspeelde of er dieper dan ooit in terugging, iets wat existentieel raakte aan de kern van het bestaan, zonder de bezoedeling die het stagnerende denken teweegbracht. Want Angst had altijd een ander gezicht gehad. Angst lag veel dieper geworteld in het menselijk wezen en kon nu met de meest radicale confrontatie worden afgezworen: de confrontatie met zichzelf als zichzelf, en niet als door de culturele wind opgeblazen verschijnsel van dementie.

De onkunde in zich losweken van onophoudelijke afleiding bracht ook het populaire idee met zich dat er slechts één constante in de wereld was: verandering. Dit was een trucje om niet te hoeven zeggen dat je niets anders dan verandering kunt waarnemen als je zelf steeds dezelfde rondjes draait. De enige constante leek de constante zelf te zijn. Door van de herhaling uit te gaan, ging Howard zijn ideologische gedupeerdheid tegen.

De tweede sneeuw van het jaar was gevallen, maar deze keer was het droog genoeg om het uitzicht oogverblindend wit te maken. Het was 11 november, de dag waarop Howards lichtje branden mocht. Waarover zou hij zijn lichtje laten schijnen? Hij pakte zijn gitaar en speelde enkele blues riffs van de pentatonische toonladder, gevolgd door wat bij elkaar passende akkoorden. Buiten rende een eekhoorn over een elektriciteitsdraad. Zou hij het naderend koufront voorvoelen?

Howard zette de kerstplaat Rocky Mountains Christmas van John Denver op. Wat een gejank. Enkele weken eerder, tijdens de laatste warme dagen van de Indian Summer was hij op pad geweest met een vroegere kennis van Denver. Hij voelde zich enger met Denver verbonden, en genoot van de sfeer die A-meer-ik-anen twee maanden voor kerst oproepen door dan al kerstmuziek op te zetten. Lekker janken. Dat simpele sentiment wat veel intellectuelen zo verafschuwen, omdat wat waar onveilig is. Het haalt je uit het comfortabele omringd zijn met dure woorden en imposante dingen, uit je verdoving, je dood zijn. In het sentiment lag het alles-weten, inclusief zelfkennis, in de verdoving het niets-weten, las Howard in Hans-Georg Gadamers Volk und Geschichte im Denken Herders (1942:8). In zijn Über die Geschichte der Menschheit (1786:19) sprak Herder over de vroegste mensheid in het gebied tussen de Eufraat, Amo en Ganges als een op vaderautoriteit berustende, weerloze, verstrooide, van rust houdende, kudde-achtige toestand van het herdersleven, met de patriarchaal georganiseerde familie als maatschappelijk paradigma. Daardoor is zowel de mensheid als de mens, in analogie, ten diepste geworteld in een via communicatie gedeelde autoriteit en een geloof, in vertrouwen en liefde, en in ontzag en straf.

Maar deze waarden kunnen alleen via delen en dus intiem onderwijs geleerd worden. Ze kunnen niet via abstracte theorieën worden overgebracht. Voor de laatste vorm konden anderen aanwezig zijn, maar dat hoefde niet. Deze vorm bediende zich van een niet nader geïnterpreteerde, kille autoriteit om mensen rustig te houden. 80 procent van het basisonderwijs en 100 procent van het voortgezet onderwijs was daarop gestoeld. Het stond ver van de oorspronkelijke samenlevingsvorm waarin vooral van belang was de afwezigheid van een machtig despoot in de eerste door mensen bevolkte gebieden.

In tegenstelling tot te doen gebruikelijk in de geschiedenisboekjes, trad Hitler als kille Führer – die uit Der Untergang – veel minder vaak op de voorgrond. Natuurlijk was een Hitler niet mogelijk zonder de genoemde vaderautoriteit. Het principe van vaderautoriteit was niet direct met het idee van een staat of staatshoofd, koning, keizer or what have you verbonden, maar veel eerder met een liefhebbende vader, misschien wel de bijbelse God, en met het geloof daarin. Postmoderne cynici sloegen door in het linken van het autoritair opgevoede kind en dit geloof in de ongeziene, almachtige vader. Howards nieuwe gerichtheid op het willen weten, inclusief het zichzelf leren kennen, betekende immers een ervaring van kracht en levende inwerking, die het alom geaccepteerde sarcasme te buiten ging.

Howard had tijdens zijn leven erg weinig langlopende hechte banden gehad. De enige waren met de mensen met wie hij was opgegroeid. Daar was Godefroid er één van geweest. Godefroid was de vader van Howards jeugdvriend en het was aan hem dat hij op de middelbare school zijn goede cijfers voor scheikunde te danken had. Niet dat hij hem hielp met zijn huiswerk, het was zijn aard van zijn, handelen en praten. Het had simpelweg een diepgang die Howard nergens anders tegen kwam. Godefroid was één met de dingen. Hij wist Howard voor allerlei stofjes, voor moleculaire verbindingen en voor de materialiteit van objecten te interesseren. Iets wat hem sindsdien niet meer los liet, waarin hij was gaan geloven. Zijn huidig schrijven bevatte sporen van Godefroids invloed op hem. Dat vlammetje laaide op tot een groot vuur toen Howard als twintiger heel langzaam Hegel, Nietzsche, Heidegger en Schloterdijk begon te lezen. Hij woonde toen ook om de hoek van station Schloterdijk in Amsterdoem.

Het was niet zozeer Godefroids strakke en overtuigde houding geweest. Achter die houding verschool een uitnodiging, een ingang tot een rijkdom die Howard anders nooit had gekend. Godefroids vrouw Avian moest die rijkdom ook ervaren hebben, had ongetwijfeld dezelfde ingang gevonden. Godefroid wist haarfijn Howards altijd te kort schietende kennis – hij moest altijd alles opzoeken – in te vullen, kleur te geven, waarvoor Howard maar wat graag zijn oor te luisteren legde. Er waren avonden waarop Howard inderdaad Godefroids aanwezigheid zo sterk kon aanvoelen dat hij alleen al daardoor dingen uit zijn denken kon oppikken.

In latere jaren, als Howard weer eens terug was en Godefroid thuis opzocht, hadden ze het vaak over computers. Nu en dan kon Howard inderdaad hulpvaardig zijn door wat aan  Godefroids machine te peuteren, waar hij erg van genoot. Omdat ze elkaar zo goed kenden hadden ze aan twee woorden genoeg en toch was het fijn om hun gedeelde interesse in de materie en eigenlijk het wonderlijke vernuft achter computers verder uit te pluizen in lange en gedetailleerde verhandelingen over hardware en software, waarbij Godefroid ook de kans had om in zijn gedachten gehoord te worden. De wisselwerking was bijzonder aardig te noemen. Beiden hadden ze een aanleg voor het achtervragen, het uitzoeken, het fijne ergens van weten.

Nu had Howard van jongs af aan een merkwaardig goed luisterend oor gehad. En, zoals zo vaak bij dit soort kinderen, werd dit op school en bij vrienden niet altijd gewaardeerd. Presentaties, koetjes en kalfjes waren altijd al een probleem. Toch kon hij met zijn luisterend oor voldoende kennis opdoen om op gezette tijden een voldoende slimme indruk te maken op leraren of vrienden. Pas veel later, op zijn 33e zou hij de connectie zien met zijn aanleg voor buitenzintuiglijke ervaringen.

Die aanleg hing samen met het enige echte verschil tussen hen twee, wat lag in hun adremheid; waar Howard gewend was traag te reageren dacht Godefroid alweer zes stappen vooruit. Die gedachten kwamen er dan gecondenseerd uit, waarbij Howard zijn luistertalent dan weer benutte, om het geheel te ontrafelen. Ze leerden zo veel van elkaar. Op Godefroids sterfbed had Howard zich afgevraagd of Godefroids brein niet gered kon worden, en met het zijne uitgewisseld. In 38 jaar tijd was zijn denken geen milliseconde langzamer geworden. Een ieder heeft zo zijn talenten, maar Godefroid had ze allemaal. Hij kon vaak ook gewoon even zijn, liet een windje ontsnappen uit het vacuüm in zijn ineengevouwen handen. Nog lang zou Godefroid ‘s avonds bij het lezen en schrijven in zijn manieren bij Howard zijn, om zich heen kijkend om het leeslampje aan te zetten. In Howard zou hij verder leven.

‘Der Mann, der mit sich tot, mit Welt zu leben weiß, (…)
Den Weisen, der das Gut, statt zu besitzen, mißt:
Der statt zu nutzen, weiß, und statt zu leben, ist.’ (1953:15)

Bij het aanvoelen van zijn brein kon Howard duidelijk twee helften en een achterkant onderscheiden. Hij voelde geen voorkant, maar dat kwam omdat hij daarmee de andere onderdelen voelde. Die was dus al bezet. Howard had Herders idee van het nationaal individualisme ter harte genomen en leerde langzaam de positie van het zelf in zijn brein te verschuiven naar het collectief.

Achter Herders idee lag het geheim van het collectief als individu ervaren. Beter verwoord wordt de geschiedenis van de mens of phylogenese parallel geschakeld aan de individuele geschiedenis of ontogenese, waardoor de geschiedenis van de wereld menselijk wordt. De jonge mensheid ging rechtop lopen, en zo vergaat het ook het mensenkind zelf. De analogie is Herders sterkste wapen tegen de leegloop van de geest, het continue tijdverdrijf opdat hij wegvlucht voor zichzelf, het samen gezapig ten onder gaan. De mens kan zo in zichzelf één worden met de mensheid in haar huidige staat.

‘Dem Weltgeist meinen Geist! Und ruh’ und sinke nieder, sei ich denn, oder sei ich nicht!’

Om tot deze ervaring van menszijn toegang te vinden, is het ‘Anstaunen’, een combinatie van aanstaren en ergens van opkijken, onontbeerlijk. Howard keek op dit moment nergens van op. Misschien daar nog het meest van. Zijn nieuwe vrouw lag naast hem, uiteraard onzinnig op haar telefoon te scrollen. Morgen zou hij weer voor een aantal moeilijke klassen staan, die het uiterste aan takt van hem zouden verlangen, die niets zouden leren, die nog nooit iets angestaunt hadden, laat staan het ooit zouden doen.

Maar hij zou ze net zo lang aanstaren tot hij leerde van hen op te kijken, om dan het onmogelijk geachte aan te treffen; het anstaunen neemt als uitgangspunt de lijnen tussen eenheid en diversiteit, het gevoel voor de goede orde, de cadans van symmetrie, en de eenvoud van het juiste handelen, de juiste voorkeur of smaak. Al deze factoren hebben honderden jaren van generaties overleefd en zullen er nog vele honderden gaan overleven. En Howard zou daar staan in diepe aanschouwelijke houding en deze factoren één voor één ontdekken. En met zekerheid zouden alle leerlingen het speciale moment meemaken, het moment waarop de vermeende zinloosheid van hun bestaan voorgoed zou zijn opgelost in een groter geheel aan mogelijkheden.

Howard herinnert spreuken uit zijn jeugd
De volgende morgen om 9 uur tetterden 30 kleuters aan zijn hoofd, in een niet al te beste wijk in het zuiden Chicane. Het was zijn eerste dag op deze school. Hij had geen koffie gehad en er was niemand anders in het lokaal. Hij besloot zijn geschreeuw – want van lesgeven kon geen sprake zijn – gedurende de dag gestaag op te bouwen. De lerares was al meer dan drie dagen absent en de onderwijsassistent had hem wat ‘busy work’ gegeven. Om kwart voor vier kwamen de ouders hen ophalen. Hoe kom je eigenlijk zo’n dag door, vroeg Howard zich af. Maar het ging, tegen half twee was hij pas op zijn luidst en de 4- tot 5- jarigen waren warempel stil tijdens zijn gefoeter. Even daarna had hij het respect gewonnen van de vier ondeugendste kinderen. De meesten hadden wat stencils ingevuld, sommigen gewoon wat gekrast en gekleurd, niemand had wat geleerd. Niemand behalve Howard. Heel typisch was hij een uiterst moeilijke en vermoeiende draaikolk binnengestapt om er met een gevoel van opwinding over zijn eigen kracht weer uit vandaan te komen. Hij had een toegang tot een verdieping in het schreeuwend overbrengen van authentieke taal. Hij kon de leerlingen in hun taal en accent van uitleg bedienen, hij kon in de rol sluipen van 80 procent van de docenten en het veiligheidspersoneel. Hij was geholpen door het lezen van Herders Verhandeling over de oorsprong van taal. Hierin bespreekt hij de affectieve relatie tussen schreeuwen en spreken met behulp van:

  • Sophocles’ Philoctetes – “Philoctetes, acting on the orders of my generals, a man whose foot, consumed by disease, oozed pus; for you see we could not peacefully make offerings of drink or sacrifice, because his wild, ill omened cries had completely paralysed our force in its entirety, 10 as he screamed and groaned. What need to speak of this? Necessity demands no lengthy speech in case he learns that I have come, and so I squander all my plans by which I think immediately to capture him”
  • Aeschylus’ Prometheus Bound – “ . . and in Arabian lands the warlike tribes from those high rocky fortress towns 520 in regions near the Caucasus, a horde of warriors who scream to heft their lethal sharpened spears. Only once before have I beheld another Titan god in such distress bound up in adamantine chains— great Atlas, whose enormous strength was unsurpassed and who now groans to bear the vault of heaven on his back.”
  • en van Lessings Laokoon oder über die Grenzen der Mahlerey und Poesie – “Der Meister [der Laokoon-Gruppe] arbeitete auf die höchste Schönheit, unter den angenommenen Umständen des körperlichen Schmerzes. Dieser, in aller seiner entstellenden Heftigkeit, war mit jener nicht zu verbinden. Er mußte ihn also herabsetzen; er mußte Schreien in Seufzen mildem: nicht weil das Schreien eine unedle Seele verrät, sondern weil es das Gesicht auf eine ekelhafte Weise verstellet. Denn man reiße dem Laokoon in Gedanken nur den Mund auf und urteile! Man lasse ihn schreien und sehe! Es war eine Bildung, die Mitleid einflößte, weil sie Schönheit und Schmerz zugleich zeigte; nun ist es eine häßliche, eine abscheuliche Bildung geworden, von der man gern sein Gesicht verwendet, weil der Anblick des Schmerzes Unlust erregt, ohne daß die Schönheit des leidenden Gegenstandes diese Unlust in das süße Gefühl des Mitleids verwandeln kann” (1766:796).

Het regende die dag, de lucht kleurde donkergrijs. Die avond kookte hij rijst met zalm en spinazie op zijn Oeraziatisch. Erg smakelijk. Ook gaf hij nog een uurtje les Duisters in de binnenstad en deed nog een aantal ritjes voor Lyft en Uber. Pas de volgende lesdag rond 11:00 uur voelde hij aan zijn opgezwollen linkerslaap dat hij oververmoeid was. Een kop koffie zou geen kwaad kunnen, maar hij wist niet waar de docenten lounge zich bevond.

Hij las iets over de filosoof Hans-Georg Gadamer, wist dat hij al vele malen over zijn leven gelezen had, wist dat hij enkele werken van hem nader had bekeken, maar wist ook dat hij niet echt meer begreep waarom hij de hoogste onderscheiding in Duisterland van Ridder van de Nationale Orde van Verdienste had ontvangen. Tegelijkertijd wist hij dat het beroep van docent, wat Gadamer ook had gebezigd, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en daarna, een hoogst individualiserend beroep was geweest. Dit was aan het veranderen doordat leraren zich meer en meer als rolmodel presenteerden en dus zelf ook werk deden. Zo bezien zouden scholen in de toekomst de functie van publieke ruimten, van ontmoetingsoorden overnemen. Howard zat dus lekker in zijn boek te typen in plaats van zich met de leerlingen bezig te houden. Het rolmodel was niet meer ‘met de leerlingen zijn’, maar een ‘met de leerlingen zijn terwijl je in de flow je eigen ding doet’. Zodoende manoeuvreerde een docent zich niet langer in een rangorde boven de leerlingen, als leider. Sterker nog, als je nu niet in staat was dingen van je leerlingen op te pikken, was je geen goed docent.

Omdat Howard was opgeleid met de oude methode, die ook nu nog werd onderwezen op bijna alle scholen, kon Howard ook alleen maar autobiografisch schrijven. Er was zoveel meer gaande, maar iedereen hield het zorgvuldig voor hem verborgen. Dat deerde hem echter niet. Hij was eraan gewend geraakt. Het was een proces dat zich met het ouder worden vanzelf in ieders leven ontvouwde. Vroeger had hij zich druk gemaakt om hoe verschillende situaties anders aanvoelden. Morgen zou hij daar zijn, niet meer hier. Wat raar. Afscheid nemen, opnieuw beginnen. De kleine transities van het leven serieus nemen. Afscheid nemen van een camping als twaalfjarige. Wat vond je het leukste? Geen idee. Er te zijn? Waarom de nadruk op herinneringen, en niet op er zijn? Het kon hem nu niet schelen dat hij morgen in een verzorgingstehuis in Nerderland zou zijn en nu op een school in Chicane. Nou en? Bovendien zou hij alleen maar meer schrijven, dus het scherm zou overeenkomst bieden. Ook wist hij dat hij alleen maar onzin aan het opschrijven was. Ook dat kon hem niet schelen. Hij voelde zich niet in het minst geneigd de lezer zijn verontschuldiging aan te bieden.

Op het vliegveld op weg naar Nerderland dronk hij een biertje. Anti-hero. Dat was duur op het vliegveld, zeker voor iemand als hij, die van een soortgelijk budget leefde als pakweg twintig jaar geleden, toen hij als student aan een van de vier universiteiten was begonnen aan een van de studies die hij nooit zou afronden. Als één van de laatsten van zijn generatie was hij gesteund door de staat voorzien van 425 euro als uitwonend student, een lening die later bij het afronden van één van zijn studies werd kwijtgescholden. Ook na studeren in de VS had hij geen schulden opgelopen en kon van het schamele beetje toegeschoten geld net aan leven. Hij had altijd zo geleefd en had dus geen aanpassingsproblemen met schommelingen in de uitgaven. Aan de andere kant kon je zeggen dat hij voor Nerderlandse begrippen nooit straatarm was gebleven, dat Howard zonder steun van vrouwlief, ouders, suikeroompjes ruimschoots in zijn onderhoud had kunnen voorzien. Getuige ook zijn Jaguar. Dat berokkende keer op keer geen schade aan zijn zelfvertrouwen, aan zijn vertrouwen een redelijk bestaan ook onafhankelijk te kunnen opbouwen. En toch, wist hij, ging het niet iedereen zo af.

De moed der wanhoop
Twee moslimmannen deden knielingen naar het oosten. Hij zat in de weg van het oosten, in de weg van waar de zon opkomt. Misschien zat hij zichzelf in de weg. Als mensen een autobiografie schrijven zijn ze vaak open tot op zekere hoogte. Het is moeilijk om open te zijn over belemmeringen, omdat je er het volgende moment, nadat je er weer genoeg onder geleden hebt, weer anders over denkt. Het terugkerende van hetzelfde soort lijden – of is al het lijden hetzelfde? – zoals bij Howard nu het geval, moest eigenlijk leiden tot een stap in een andere richting. Via neurolinguistisch programmeren, bijvoorbeeld, via een cursus die je ertoe noodzaakt resoluut de stap te zetten naar een betere toekomst, vol voorspoed, rijkdom en gezondheid in overvloed.

Ik geloof dat het universum een vriendelijke plaats is
Ik geloof dat we leven in een wereld van overvloe
Ik kies ervoor om iedereen met liefde te benaderen, niet met angs
Ik kies ervoor om een intern referentiekader te hebben, niet extern
Ik kies ervoor om optimistisch te zijn bij het naderen van de nieuwe dingen
Ik kies ervoor om bewust te evolueren, om niet stil te blijven staan
Ik kies voor vervulling op de lange termijn in plaats van onmiddellijke voldoening

Ongeveer een maand geleden had Howard zich voorgenomen dezelfde cursus mindcontrol nog eens te volgen en het doel was geweest: 50.000 woorden te schrijven binnen twee maanden. Het schrijven zou daarbij automatisch nieuwe mogelijkheden tot geld verdienen oproepen en deze in zijn leven manifesteren. Maar eigenlijk, zo had zijn goede vriendin Atlantica hem verzekerd, stond NLP voor Natural Language Processing, een fenomeen dat machines steeds beter bijgebracht werd, en waarvoor het menselijk brein steeds eenvoudigere uitwegen voor steeds complexer wordende data-extracties bedacht. Op zijn schrijven zou hij vijf jaar later zulke machinale eenvoud loslaten en patronen vinden die niemand voor mogelijk hield.

Er zat meer dan een maand op, hij had minder dan 30.000 woorden op papier, en de betalingen voortkomend uit zijn nevenactiviteiten leken zich telkens uit te stellen. Hij was weer eens arm, maar hij tegelijkertijd was dat zijn leven. Zijn Chicane Occupied School sollicitatie was net de deur uit en hij voelde dat hij het moest opschrijven, materialiseren. Als hij hier nu eens goed over nadacht, zou het kunnen dat er iets blijvends bleef hangen. Als hij de komende dagen in de lucht, ter land en ter zee zou opdragen aan een nieuw begin in onderwijsland, zou dit vanzelf op de school neerslaan, in de gedachten en idealen van degenen die zijn sollicitatie zouden lezen, die hem zouden uitnodigen, die hem aan zouden stellen. Hij wilde vooral met leerlingen samenwerken aan één project waar de hele klas aan meewerkte, en wat de waanzin van dagelijks voor slechts je eigen nietige vooruitgang moest doorbreken.

Het betrof een functie als algemeen docent – dus limelight – voor leerlingen van letterlijk de Bezette School van Chicane.. Het vrije lag hem erin dat er totaal geen bureaucratie was, alles houtje-touwtje werd opgelost, er zekere fondsen klaar lagen waarvan sommige misschien dubieus. Op het vliegveld aangekomen voor zijn vlucht naar Amsterdoem, ziet Howard een man van net beneden zijn leeftijd, quasi-nonchalant genietend van een wandelingetje voor zijn vlucht vertrekt. Hij is het net zelf, weet het alleen niet. De man lijkt een dronkaard, met zijn flesje water, tot weinig in staat. Toch zou blijken – nadat Howard hem aan had gesproken – dat hij veel beter in staat was zichzelf te controleren, te dwingen tot nonchalance als dat nodig was, en tot hard werk, als dat nodig was. Zichzelf te dwingen van nonchalance of zelfs uitgelatenheid te genieten. Een beetje alsof hij dronken was. Zichzelf te dwingen zich zo dubbel en dwars af te richten dat aan een terugweg tot het ware beginsel – de ziel – geen beginnen was.

De man aan de bar had hem overtuigd ook een cameo in zijn boek te krijgen. Ineens vroeg Howard zich af waarom mensen al die moeite doen om goed te lijken met hun lichaam, tot veel in staat te zijn, of het nu rennen of denken, of je hersenen gebruiken betrof. De man aan de bar had grijs haar, klonk Scandinazisch en – nu komt de overtuiging – stond erop een klein biertje te bestellen, ook al was er maar één dollar prijsverschil. Geen econoom, meer een purist, calvinist, of soortelijk label. Misschien moest hij de man aanspreken zodat er wat zou gebeuren in zijn boek. Howard had altijd al het gevoel gehad saai te zijn, maar dat was nooit het geval geweest. Hij had zich alleen te weinig op herinneringen, verhalend leven, gericht, en te veel op het zijn, de kale nationaalsocialistische, waardevrije selectie.

Vrede hebben met paniekerig zijn
Hij merkte dat hij niet meer volledig nuchter was, zijn vlucht vertrok pas in negentig minuten. Hij had daarnet één van de vele half-psychotische episoden uit zijn leven doorgemaakt door zich druk te maken over geld dat hij over tien dagen moest betalen, waarvan hij nu slechts zestig procent in bezit had. Ook was hij er diezelfde avond achter gekomen dat er met zijn credit card voor 600 dollar fraude was gepleegd. Hij had de firma gebeld en zij hadden een onderzoek gestart, maar zeker van de teruggave van het geld kon hij niet zijn. Was hij maar A-meer-ik-aan, dan kon hij gewoon vertrouwen op een toekomst die nooit komt, maar waarin hij ruim voldoende geld had om alles af te betalen en zich geen zorgen meer te maken om twintig dollar aan een Lyft naar het vliegveld. Ruim voldoende, grappig, een beoordeling uit zijn jeugd die hem bekend voorkwam, ook al had hij vaker een goed of zeer goed gekregen. Een ruim voldoende was nog steeds goed, zeker later. Een soepel zeventje en het vak was weg, uit de lijst met te nemen obstakels, uit het geheugen.

Apropos A-meer-ik-aan. In wat voor land met wat voor mensheid was hij in Godefroids naam beland? Dat er met het hoofd in een niet-bestaande toekomst werd geleefd was wel duidelijk, maar Howard had misschien niet het vernuft om te beseffen wat er eigenlijk speelde. Dat werd hem soms wel pijnlijk duidelijk als zijn vrouw hem weer eens op het feit wees dat hij nu, met al zijn stress, niet gelukkig was, en dat een A-meer-ik-aanse kijk op de toekomst alle zorgen wegnam. Dan zou hij niet langer missen wat goed was (het befaamde ‘missing out on life’). Maar als de dood van een dierbare – of je eigen dood! – plotseling wel heel dichtbij komt, en je zonder deze persoon door moet leven, dat werd je misschien voor de onontkoombare keuze gesteld waarmee je jezelf altijd al had moeten confronteren: wil je leven of wil je zo goed mogelijk dood gaan? Te cru gesteld, het zijn slechts twee zijden, toch komen ze telkens terug voor wie het wil zien. Voor wie zo wil leven en dan zeggen: Tja, zo is het leven.

Hij was zichzelf kwijt. Dat wilde hij altijd maar weer zeggen, telkens weer. Voelde zich thuis als hij dat zei; er was een probleem en hij kon dat momenteel een halt toeroepen mits hij zich weer als de ‘goede’ Howard zou inzetten en er iets van zou maken. Maar dat was een muizenval, en hij wist het, terwijl hij er kort over nadacht. Het had iets weg van in de diepste diepte turen en zowel zien als voelen dat er niets anders dan lijden was, om dan te beseffen dat het slechts één uit duizenden diepste dieptes was en dat je dus niets kon weten. Je had altijd ongelijk, want er was altijd een ander die het beter wist. Je was dood voordat je leefde, je was op voor je gevuld was, je was zwartgeblakerd voordat je op het vuur stond.

Vanavond moest hij blijven schrijven, hij had zichzelf ervoor klaargestoomd, als een Oranje dat voor het eerst in 6 jaar naar een groot toernooi gaat. Als we niet goed zijn, gaan we niet. Als Tyson in de ring stapt, slaat hij klootzakken tot moes. Zijn leven was gebrandmerkt door vele onvolkomenheden, momenten van onzekerheid en falen, door psychoses. Maar wat er verder ook zou gebeuren, hij had dit moment van schrijven verdiend. Hij had het tot iets gebracht – misschien zelfs in het leven – tot een stabiele factor in het leven van zijn directe, A-meer-ik-aanse, en indirecte, Nerderlandse familie. Daarbij wist hij dat een veelheid van bijzondere ervaringen tot herinneringen hadden geleid in de geesten van zovelen die soms, in hun herinnering, eens aan hem dachten. Ook wist hij dat hij de wereld als een goede plaats had bestempeld, come what may, en dat hij liever zichzelf in zijn voet schoot dan dat idee op te geven. Zijn ex-vrouw had uiteraard, bij hoog en laag volgehouden dat de wereld een ‘bad place’ was. Zij was de ‘bad place’ zelf, maar zou dat slechts sporadisch inzien.

Howard en Hondsypocky zitten in een kamer vergelijkbaar met een klaslokaal. Sommige meisjes staan vooraan oogcontact te maken en Howard glimlacht lichtjes naar twee zusters of tweelingen, van wie er één buitengewoon schattig uitziet. Ze wachten allemaal op een schoolexamenbijeenkomst, ze zijn allemaal geslaagd en toch zijn er maar een paar mensen naar de bijeenkomst gekomen om hun scores op een computer publiekelijk in te zien. Iedereen moet inloggen op de computers om de scores te zien. De toetsenborden zijn raar met links een dubbele ‘c’ en een dubbele ‘d’ waar meestal de ‘a’ en de ‘z’ verblijven. Howard typt zijn naam in, maar heeft veel moeite en voelt zich ongemakkelijk doordat sommige mensen naar hem kijken. Later was Howard op weg, met fiets aan de hand, naar een of andere psychiatrische instelling of bejaardentehuis, ook al had hij daar geen zin in. Hij ging naar buiten en zag zijn vader en Jekolacka al naar huis gaan, terwijl hij voor de bijeenkomst bleef.

Hij had besloten zich ook niet schuldig te voelen over de kosten die anderen hadden gemaakt om hem naar Nerderland over te vliegen. Hij wist zeker dat hij dezelfde kosten zou maken, als zijn tijd zou komen. En bovendien was dit een eenmalig moment. Hij was praktisch Godefroids tweede zoon, de mix van zijn beide zonen had voor veel aangename avonden gezorgd. Avonden, waar Godefroids zo zijn meningen over had en die hij zou meenemen naar hetgeen hierna kwam. Naar hetgeen zo weinigen over wisten te praten en te schrijven. Aan hetgeen zo weinigen zelfs maar konden refereren als zijnde iets, wat zich buiten de taal afspeelt. Als zijnde iets, wat ze niet konden bepraten of -schrijven.

De Scandinazische man had hoogstwaarschijnlijk een plek in hetzelfde vliegtuig als Howard. Misschien zat hij naast hem. Het leek of hij geen groot budget had en hij liet de dollar achter in zijn glas. Alsof het verschil van een dollar in het kleine glas had gezeten! Howard had een paar dingen niet begrepen, en één daarvan was dat er verschillen tussen mensen bestonden, en dat sommigen gewend waren met veel minder genoegen te nemen dan hij. Ook al stond hij erop dat hij genoegen nam met weinig – getuige het voorgaande – er waren momenten – zoals deze – waarop hij dan toch voor zichzelf het tegendeel weer moest erkennen, wat uiteraard weer tot dezelfde zelfkastijdingen zou leiden. Uiteindelijk wilde hij dat zelf, was hij dat zelf, was dat zijn spel. Maar geloven deed hij het niet, omdat er zoveel mooiers was om in te geloven, in de oppervlakte van de oneindige supermarkt aan ideeën die het leven rijk was. Hoe gemakkelijk was het om je leven in de supermarkt door te brengen! Als A-meer-ik-anen niet werkten, shopten ze. Het was óf inkomend, óf uitgaand verkeer, maar nooit iets ertussenin. Een baan in een winkel vormde uiteindelijk de utopische samenkomst die nooit werkelijk kon worden.

Howard zat er tussenin. Altijd al. Klem. Zonder het zelf te weten. Was er een uitweg? Het te vragen betekende: ja. Een heel simpele: houd wat je hebt, leef zoals het hoort, ga weg als het je tijd is. Daartussen heb je voldoende tijd om jezelf te manoeuvreren in een comfortabele positie, waarin je dwang om je lijden te ondergaan de overhand neemt over je dwang te genieten van je nonchalance, van je nepheid. Je kunt deze dwang als één en dezelfde zien, hoeft er niet bang voor te zijn, want dat zou betekenen dat je bang bent voor jezelf. Maar Howard was 30, 40, 50 geworden en zou 60, 70, 80, 90, 100, 110 en misschien zelfs 120 worden. En wat hij geleerd? Wat kunnen we elkaar over het leven duidelijk maken? En waarop richten we ons als we deze lessen meegeven? Inderdaad op de inhoud maar kunnen we die strakker vormgeven dan we gewend zijn? Met alle winden meewaaien, alles beamen, meelachen met de slechtste of hardste grappen – waar stond hij voor? Hij stond voor een raadsel en leed eronder als hij dat raadsel opgaf voor een vals statisch beeld van zichzelf. Hij was niet, een iemand, één persoon. Hij was er meerdere en altijd andere. Dat wist hij en als hij zover was dat te ontkennen zou hij snel weer in wat verplichte leeskost duiken.

Hij sloot zich af en dacht een moment na. Over wat er nog komen ging, over wat al was geweest. In zo’n moment kun je een gedicht proberen, dacht hij bij zichzelf.

Licentie

Howard Buut Zijn Volk Vrij Copyright © 2020 by Peter Blank. Alle Rechten Voorbehouden.

Deel dit Boek

Feedback/Errata

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.